Je voetafdruk

Fair trade in Nederland

Op deze pagina

  • Q&A
  • Verder kijken en lezen

Algemene pagina over de pop-up

Q&A

  • 1. Wat is fair trade?

    Over deze vraag hebben activisten door de jaren heen heel wat afgediscussieerd. Het gaat in ieder geval verder dan enkel eerlijke handel. Het doel was/is het creëren van een duurzame en rechtvaardige wereld. 

    In 2001 stelden de belangrijkste vertegenwoordigers van de beweging deze gemeenschappelijke definitie vast: 

    Fair trade is een handelsrelatie gebaseerd op dialoog, transparantie en respect, die streeft naar meer gelijkheid in de internationale handel. Ze draagt bij aan duurzame ontwikkeling door gemarginaliseerde producenten en arbeiders betere handelsvoorwaarden te bieden en hun rechten veilig te stellen – in het bijzonder in het mondiale zuiden. Fairtrade-organisaties zetten zich, gesteund door consumenten, in om producenten te steunen, bewustwording te bevorderen en campagne te voeren om de regels en praktijk van de reguliere internationale handel te veranderen.

  • 2. Wat heeft fair trade met klimaat te maken?

    Fair trade-activisten wijzen er al heel lang op dat zorg om mens en milieu twee handen op één buik zijn. Zowel praktisch, door ook toiletpapier uit gerecycled papier te verkopen in wereldwinkels. Als principieel, door ook milieucriteria op te nemen bij het opstellen van de regels voor fair trade-keurmerken.

  • 3. Wie waren onderdeel van de fair trade beweging?

    Het begon bij mensen uit het mondiale zuiden, die aandacht vroegen voor de aanhoudende ongelijkheid in de wereld. In landen als Nederland kwamen gewone mensen zoals jij en ik daarom in actie. Een minderheid uit de beweging was heel uitgesproken en radicaal. Een veel bredere groep was gematigder en voelde zich vooral aangetrokken tot het pragmatische karakter van de beweging.

  • 4. Hoe probeerde de fair trade beweging de doelen te behalen?

    Fair trade richt zich op de politiek, op bedrijven en op consumenten zelf.

    Door debat en bewustwording te creëren in de maatschappij, hoopten de actievoerders de politiek en bedrijven zover te krijgen om meer partij te kiezen voor armere landen in de internationale handel. Dit was dus een indirecte tactiek: de politiek en bedrijven beïnvloeden via draagvlak in de maatschappij. 

    Daarnaast hadden ze ook een directe tactiek, waarbij geprobeerd werd om bedrijven te veranderen als consument en zelfs als handelaar van producten.

  • 5. Waarom is de geschiedenis van fair trade relevant?

    We hebben een nieuwe geschiedenis nodig. Want ons postkoloniale wereldbeeld klopt niet. Vorige generaties verschuilen zich onterecht achter onwetendheid over de onrechtvaardigheid en het ontstaan van de klimaatcrisis. Maar mijn historisch onderzoek naar gewone mensen die in hun dagelijks leven in actie komen, laat duidelijk zien: ze konden het wel degelijk weten. Dat is niet prettig om te beseffen, maar we kunnen er wel veel van leren. Want het brengt ons meer begrip over de weerstand die er vandaag de dag ook is. 

    In mijn onderzoek staat de vraag centraal: hoe proberen mensen de wereld duurzaam te maken? Ik ben ervan overtuigd dat als we daar meer over te weten komen, er ook nieuwe verhalen over onze geschiedenis ontstaan. En door die nieuwe verhalen kunnen we pas echt ons wereldbeeld veranderen.

  • 6. Wat was de historische context waarin de fair trade beweging ontstond?

    Dekolonialisering, globalisering, en de opkomst van de consumptiemaatschappij vanwege de groeiende welvaart na de oorlog. Door deze ontwikkelingen kregen mensen in de jaren 60 steeds meer besef van hun eigen rol in de wereld en als consument. 

    In de jaren 80 en 90 kwam daar nog het afnemende vertrouwen in nationale en internationale regulering bij. Dat leidde tot steeds minder overheidsregulering, en steeds meer vrije markt. Binnen deze politieke realiteit probeerde de fair trade beweging impact te maken. Met producten en keurmerken lukte dat. 

  • 7. Welke rol speelde het mondiale zuiden zelf in de fair trade beweging?

    Door de dekolonisatie vanaf de jaren 40 kregen landen in het mondiale zuiden een steeds grotere stem. En door de globalisering en nieuwe technologieën werd het contact op lange afstand in de loop van decennia steeds makkelijker. Politici, wetenschappers en producenten uit het mondiale zuiden zochten vanaf de jaren 60 zelf ook actief contact met potentiële medestanders in Europa. Zo ontstond dus een sterke samenwerking tussen het mondiale noorden en zuiden.

  • 8. Wat was de grootste uitdaging van de fair trade beweging?

    Het was continu schipperen tussen idealen en realiteit. En doordat de beweging steeds breder werd, en verschillende thema’s en doelen met elkaar verbonden werden, waren de actievoerders het lang niet altijd met elkaar eens. Maar door kleine stapjes te nemen, voort te bouwen op elkaars successen, toch die lastige compromissen te sluiten en een flinke dosis doorzettingsvermogen, is uiteindelijk wel verandering in gang gezet. Nu is fair trade, en maatschappelijk verantwoord ondernemen in het algemeen, een heel normaal begrip. 

  • 9. Was er ook kritiek?

    Jazeker. En de meeste kritiek kwam vanuit de beweging zelf. Deze 4 kritiekpunten waren (en zijn) het grootst:

    1. Dat de beweging te veel meeging in het kapitalistische systeem. En er zelfs onderdeel van zou worden. Deze kritiek werd nog sterker toen het keurmerk populair werd en de producten massaal in de supermarkten kwamen te liggen. Want dat waren dezelfde supermarkten waar de beweging juist zo hard actie tegen gevoerd had.
    2. Dat armere landen opnieuw afhankelijk zouden worden van rijke landen in het mondiale noorden. Bijvoorbeeld omdat de koffie en suiker met name daar gekocht werden. 
    3. Dat de ‘eerlijke‘ prijs nog steeds niet genoeg opleverde voor landen in het mondiale zuiden om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. 
    4. Tot slot wordt de discussie over hoe streng de criteria voor fair trade moeten zijn vandaag de dag nog steeds levendig gevoerd. 
  • 10. Ok, kom maar door, welke 7 lessen kunnen we leren van de fair trade beweging?
    1. De mindset: het kan anders. Helemaal anders zelfs. De manier waarop we leven en hoe we onze maatschappij hebben ingericht staat niet vast. Op het moment dat je inziet dat niets vanzelfsprekend is, kun je veel beter gaan nadenken over verandering. 
    2. Dilemma’s horen erbij als je de wereld wilt veranderen. Je hebt je idealen, maar dan is er de praktijk. Daar liggen keuzes die niet altijd makkelijk zijn. Laat je daardoor niet demotiveren.
    3. Samenwerken met andere bewegingen kan weliswaar leiden tot enige versnippering en onderlinge verdeeldheid, maar kan ook zorgen voor wederzijdse versterking, populariteit bij meer mensen en snellere groei. Dus sluit je vooral bij een groep aan, al vertegenwoordigt die niet helemaal precies op alle punten jouw visie.
    4. Een actiebeweging hoeft niet op één duidelijk moment, met een soort oerknal, te beginnen. Een logische lijn is ook niet noodzakelijk voor succes. Verschillende mensen en groepen kunnen zich los van elkaar ontwikkelen, om op een gegeven moment samen te komen en door te breken.
    5. Het is slim om één product of issue eruit te pikken om actie mee te voeren. Daarbij maakt het wel uit welke je kiest. Kies iets met symbolische waarde en iets dat praktisch haalbaar is.
    6. Verschillende tactieken en vormen versterken elkaar: creatieve posters en flyers, petities, brieven sturen, ludieke acties op straat, contacten met de media, en zelfs een tentoonstelling. Zet ze allemaal in.
    7. De aanhouder wint. Actievoeren is een kwestie van lang volhouden. Succes!

Verder kijken en lezen

Kijken:

  • Presentatie van Peter van Dam in Spui25 over de geschiedenis van milieu-activisme >> LINK

Lezen:

  • Het boek dat Peter van Dam over fair trade schreef >> LINK
  • Interview met Peter van Dam in Folia >> LINK
  • Over zijn benoeming tot hoogleraar >> LINK

Het UvA profiel van Peter van Dam en zijn wetenschappelijke publicaties >> LINK

Meld je aan voor de nieuwsbrief! Dan ben je als eerste op de hoogte van de ontwikkelingen en activiteiten van het Klimaatmuseum.